Als u in een laboratorium werkt, of het nu in de biotech, farma, R&D of klinische sector is, bent u zich waarschijnlijk bewust van de noodzaak om uw apparatuur en processen te kalibreren en te valideren. U hoort waarschijnlijk ook dat sommige van uw collega's de woorden door elkaar gebruiken.
Hoewel ze misschien hetzelfde klinken en de processen aan elkaar gerelateerd zijn, moeten ze niet met elkaar worden verward.
Kalibratie van laboratoriumapparatuur en sensoren is een proces waarbij een gemeten waarde wordt vergeleken met een gekalibreerde standaard om de nauwkeurigheid van de gemeten waarde te bepalen. Sommige fabrikanten testen en kalibreren apparatuur aan de lopende band en verstrekken een kalibratiecertificaat. Dit certificaat heeft alleen waarde als de gebruikte sensoren herleidbaar zijn tot bijvoorbeeld Raad voor Accreditatie (RvA), UKAS of NIST. Zonder herleidbaarheid is het moeilijk om een apparaat geschikt voor het beoogde doel te verklaren, omdat een weergegeven waarde niet volledig kan worden vertrouwd.
Zelfs als een apparaat of sensor gekalibreerd is, betekent dit niet automatisch dat een stuk apparatuur of een ruimte geschikt is voor het beoogde doel. De gemeten waarde van een sensor kan absoluut correct zijn, maar het zegt niets over het gedrag van een ruimte of apparaat bij verschillende beladingen, stroomuitval of het openen van een deur. Voordat een apparaat geschikt kan worden verklaard voor het beoogde doel, is het validatieproces bedoeld om te garanderen dat een ruimte of apparaat kan presteren volgens de specificaties van de monsters die erin moeten worden opgeslagen.
Laten we elk proces in meer detail bekijken.

Kalibratie van apparatuur: nauwkeurigheid voor uw lab

De weegschaal in uw badkamer thuis heeft waarschijnlijk een afwijking van een pond of twee en moet gekalibreerd worden, maar dit houdt u waarschijnlijk niet wakker 's nachts.
In het laboratorium is onjuist gekalibreerde apparatuur ronduit gevaarlijk. Als monsters worden opgeslagen in een ruimte of apparaat met een niet-gekalibreerde sensor, zullen gebruikers waarschijnlijk beslissingen nemen op basis van onjuiste informatie. Als bijvoorbeeld bloed wordt bewaard in een koelkast die de verkeerde temperatuur aangeeft, kunnen gebruikers denken dat ze alles correct doen, terwijl het bloed onjuist wordt opgeslagen. Het later toedienen van dit bloed aan de patiënt kan het leven van deze patiënt in gevaar brengen. Hetzelfde geldt voor medicijnen of voedsel.
Kalibratie is ook vereist voor elk kwaliteitsmanagementsysteem, zoals ISO, FDA, CAP, CLIA en GMP. Aantonen dat uw apparatuur correct was en is gekalibreerd om te voldoen aan de toepasselijke normen en voorschriften is cruciaal om een laboratorium draaiende te houden.
Hoewel veel laboratoria ervoor kiezen om hun apparatuur of sensoren op te sturen voor kalibratie, brengt dit veel problemen met zich mee met betrekking tot de herleidbaarheid. Hoe kunt u er zeker van zijn dat een fabriekskalibratiecertificaat enige waarde heeft? De vuistregel is dat zonder NIST-herleidbaarheid een fabriekskalibratiecertificaat geen officiële waarde heeft.
Afhankelijk van het accreditatieniveau zijn er twee opties. Als de accreditatie het toestaat, kunnen gebruikers hun eigen apparaten kalibreren met een (RvA) gekalibreerde sensor. Dit biedt een goede mate van controle en een basisherleidbaarheid van de waarden. Men moet er rekening mee houden dat een correct kalibratieproces niet eenvoudig is en dat er geen toezicht is op de gebruikte processen. Dit betekent dat de onzekerheid van dit proces onbekend is. Met andere woorden, als een gebruiker de sensoren onjuist kalibreert, kan hij de situatie verergeren.
De tweede optie is om een professioneel, RvA-herleidbaar kalibratiebedrijf in te huren. Hun personeel is getraind in het gebruik van de juiste procedure en zou tijdens het proces geen fouten moeten maken. De kalibratierapporten bevatten de onzekerheid, wat dit soort kalibratiedienst erg waardevol maakt voor laboratoria met hoge accreditatienormen. Het nadeel zijn de extra kosten voor het inhuren van een kalibratiebedrijf.
Ongeacht wie de kalibratie uitvoert, de stappen zijn altijd hetzelfde. Eerst moet een stabiele omgeving worden gecreëerd waar zowel de sensor als de standaard kunnen worden vergeleken. Als de een van de ander afwijkt, kan een offset van de sensor nodig zijn. Na het instellen van de offset van de sensorwaarde, is het essentieel om het kalibratieproces te herhalen om te bewijzen dat de offset de weergegeven sensorwaarde correct heeft aangepast.
Het plaatsen van sensoren in een blokoven is een goed voorbeeld van het creëren van een stabiele omgeving om sensoren in te kalibreren
Wanneer sensoren niet eenvoudig kunnen worden verwijderd, verbetert het plaatsen van een aluminium blok in een apparaat de stabiliteit van de metingen aanzienlijk, wat resulteert in een lagere onzekerheid
Tot slot moet de kalibratie correct worden gerapporteerd. Zonder schriftelijk bewijs heeft een kalibratie geen waarde. Een gebruiker zal nauwkeurig moeten beschrijven welke stappen zijn genomen en welke standaarden zijn gebruikt om een kalibratie uit te voeren. Zij zullen ook moeten aantonen welke waarden zijn vastgelegd tijdens het kalibratieproces om eventuele uitgevoerde offsets correct te rapporteren.

Validatie: hoe u bewijst dat iets geschikt is voor het beoogde doel

In bijna elk geval is het aantonen dat apparatuur correct is gekalibreerd een voorwaarde om validatie te kunnen uitvoeren. Validatie is echter een veel breder onderwerp; het omvat ook: workflows, prestaties van personeel, datakwaliteit en meer.
In tegenstelling tot kalibratieprocessen voor apparatuur die specifiek zijn voor elk apparaat (ongeacht waar het in gebruik is), zijn validatieprocessen vaak uniek voor elk laboratorium en zijn bedrijfsmodel.
Terwijl bij het kalibreren van een eenvoudige weegschaal een ons een ons is, ongeacht waar of hoe de weegschaal wordt gebruikt. Er is geen 'one size fits all'-benadering voor algehele laboratoriumvalidatie. Het vereist een toegewijde, bedrijfsspecifieke aanpak en output (in geval van een probleem of een audit waarbij een papieren spoor vereist kan zijn).
Validatieprocessen voor een geaccrediteerd laboratorium met betrekking tot sensoren die in XiltriX worden gebruikt, bestaan uit twee hoofdonderdelen. Ten eerste moet men bewijzen dat apparatuur en ruimtes presteren volgens de specificaties voor de op te slaan monsters of te produceren medicijnen. Het lastige is dat hoewel het validatieproces vaak uniek is, er toch normen zijn waaraan alle laboratoria zich moeten houden. Om slechts één voorbeeld te noemen, de protocollen voor IQ (Installatiekwalificatie), OQ (Operationele Kwalificatie) en PQ (Prestatiekwalificatie) zijn doorgaans van toepassing op apparatuur en softwaresystemen.
In het kort worden ze als volgt gedefinieerd:
IQ valideert dat de apparatuur correct is geïnstalleerd volgens de instructies van de fabrikant (wat uiteraard meestal ook apparatuur omvat die volgens diezelfde instructies is gekalibreerd).
OQ valideert dat de apparatuur functioneert zoals bedoeld binnen een reeks van handelingen die door de fabrikant zijn gespecificeerd of door een nalevingsnorm zijn voorgeschreven.
PQ integreert het gebruik in de protocollen: blijft uw apparatuur in lijn met de normen terwijl het wordt gebruikt?
De OQ- en PQ-onderdelen vergen het meeste werk. In het voorbeeld van een bloedkoelkast is het kunnen vertrouwen op de weergegeven waarde van het apparaat de eerste stap van het validatieproces. Voordat het in het lab wordt geplaatst, moet men weten of het apparaat snel genoeg kan herstellen na het openen van een deur. Ook de temperatuurspreiding in de monsteropslag binnen de koelkast is belangrijk. Deze kan verschillen bij verschillende beladingen met bloedzakken. Tot slot is het essentieel om te weten hoe lang een apparaat zijn temperatuur vasthoudt bij een volledige stroomuitval.
Om een dergelijke validatie uit te voeren, wordt een multi-sensor mapping van het apparaat uitgevoerd. Het aantal sensoren is afhankelijk van een aantal voorwaarden en de grootte van het te mappen apparaat of de te mappen ruimte. Meer details zijn te vinden in de internationale norm NEN-EN-IEC 60068-3-5:2018. Meestal worden alle 8 hoeken van het apparaat, het centrum en de omgevingstemperatuur gedurende een vooraf bepaalde periode geregistreerd (totaal 9 posities). De resultaten worden vervolgens vergeleken met de opslagcriteria van de bloedzakken of de op te slaan monsters. Als het apparaat slaagt, is het geschikt voor het beoogde doel. Als het faalt, moet het worden bijgesteld, gerepareerd of vervangen.

Plaatsing van 9 sensoren in een ruimte tot 2000 liter

Temperatuurmapping is zeker niet de enige test die bepaalt of een apparaat geschikt is voor het beoogde doel. Meerdere parameters bepalen of de monsters correct in een apparaat kunnen worden opgeslagen. Zaken als het snel genoeg kunnen herstellen na een gestandaardiseerde deuropening is er een van. Een andere veelvoorkomende test is het testen van de 'Hold Time' van een apparaat met verschillende beladingen. Deze tijd bepaalt, bij stroomuitval, na hoeveel tijd de monsters/het bloed of de medicijnen niet meer gebruikt kunnen worden voor patiënten of geleverd kunnen worden aan apotheken of bloedbanken. Het hebben van een deugdelijk monitorings- & alarmeringssysteem is ook een vereiste voor een kwaliteitsmanagementsysteem.
Al bijna 40 jaar richt XiltriX zich uitsluitend op het waarborgen van de integriteit en doeltreffendheid van de apparatuur, processen en omgeving van een laboratorium. Wij helpen klanten de personeelsbehoefte voor kalibratie en validatie te verminderen, terwijl we zowel het vertrouwen in als de rapportage over deze processen vergroten.
Neem contact met ons op om te ontdekken hoe wij u kunnen helpen deze kritieke processen en nog veel meer te versnellen en te optimaliseren.
Telefoon: +31-73-5212229